De ‘Pietje Bell’ van Vught…

Links: poort Isabella kazerne, rechts hoofdgebouw Frederik Hendrik kazerne

Geboren in Vught op 200 meter van de Isabella- en 400 meter van de Frederik-Hendrik kazerne en drie keer per week het schieten horen en iedere dag militairen zien lopen dan is het leger geen onbekend terrein meer. Voor mijn vriendjes en ik waren de stormbaan en kogelvanger een pracht van een speelplaats in het weekend. De opgeraapte hulzen en punten werden ingeleverd bij de oud-ijzerboer en daar werd dan ijs en patat van gekocht want dat zat er thuis niet aan.

School was aan mij niet besteed, ik ging liever vissen en kwajongensstreken uithalen wat resulteerde in vertrek naar Amsterdam en de grote vaart. Ik kreeg in Fremantle (Australië) een brief van mijn vader met de mededeling dat ik me moest melden voor de keuring militaire dienst en dat Opoe van moeders kant was overleden.

Twee maanden later staan mijn broer (beroepsmilitair) en Pa aan de Maashaven me op te wachten en reden we in de kever van mijn broer terug naar Vught. Onderweg werd me uitgelegd waarom het goed zou zijn om als vrijwilliger in dienst te gaan. Meteen salaris, mogelijkheid om een vak te leren, gratis rijbewijzen halen en bovenal DICIPLINE opdoen. Dat idee leek me beter dan 16 maanden putten graven voor wat zakgeld en dus op naar Den Haag voor de keuring.

Beslist geen modelsoldaat

Het ging direct snel want ik kon me na een paar weken gaan melden in Roermond. Uit de trein direct achter in de YA 328. Het was meteen gedaan met de vrijheid; foerier om dezelfde spullen te halen die iedereen kreeg, kapper, in de rij staan, met een blik langs de etensbakken enzovoort.

Problemen stapelden zich op: sergeant Krètèk  gevloerd omdat hij de inhoud van mijn kast op de grond gooide, de sergeant instructeur blauw aan laten lopen tijdens ongewapend gevecht (hij wou me eerst verwurgen), Krètèk opnieuw gevloerd tijdens bajonetgevecht; hij zei val maar aan, maar voordat hij was uitgesproken had hij de bol al in de maag zitten. Sergeant instructeur op de kast omdat ik zat te slapen tijdens de les NATO alfabet waarop ik op rapport zou moeten als ik niks van dat alfabet had opgestreken. Helaas voor hem kende ik dat al jaren omdat het op de vaart wordt gebruikt.

Op bivak op de Beegderheide was het knetter koud en om warm te blijven maakten Jan Minnen en ik een pracht van een kampvuur dat op een kilometer afstand was waar te nemen tot ongenoegen van Krètèk en voor straf moesten wij te voet naar de kazerne terwijl de rest werd opgehaald. Een kwartier later stonden wij bij de bushalte in Beegden en mochten gratis mee van de chauffeur. Veel bekijks in de bus, twee soldaten met zwarte smoelen volle bepakking en een echt geweer.

Op ons verzoek stopte de bus voor de brug bij Roermond en bij de jachthaven, we waren te vroeg terug en gingen eerst een paar pinten nuttigen bij de haven die we ook nog eens kregen aangeboden door de gasten. Dan de brug over, melden bij de wacht en onder de douche. Door deze capriolen mocht ik 2 maanden de AKV (Algemene Kennis en Vaardigheids toets) overdoen alvorens na de rijopleiding naar Amersfoort te verkassen.

Aldaar naar de foerier om de baret en NULLI CEDO (infanterie embleem) om te ruilen tegen de cavalerie spullen. De rijopleiding van de M113 serie was een lachertje, we kregen een korporaal rijinstructeur die na de technische- en rijinstructie toe was om uit te rusten. Op de heide konden we lekker ruig spelen met de M113 want er was geen enkel toezicht, wel de tijd in de gaten houden want de korporaal wou op tijd thuis zijn.

Periode Seedorf

Na de 2 maanden Amersfoort de handel op de trein en vertrek naar Seedorf, aan de grens gekoppeld aan een heuse stoom loc.

In Seedorf aangekomen werden de TSers bij gebrek aan beter gehuisvest in de voormalige generaals-suite wat geen verkeerde beslissing was van hogerhand. In de ene ruimte stonden onze bedden en in de ruimte ernaast was de korporaalsbar. In het begin kwamen de beroeps korporaals met hun gezin op zondag morgen gezellig koffiedrinken maar dat werd allengs minder door het barbaarse gedrag van de TSers; wij waren rond de 21 jaar en zonder verplichtingen naar het gezin en waren daarom minder braaf.

Midden op de foto Ed Swarts… ‘minder braaf’

Na geïnstalleerd te zijn en de kazerne verkend te hebben begon het echte werk zoals:  onderhoud, lessen, marsen, schieten enz. Geweldig was het op oefening gaan, rijdend vanuit de kazernepoort naar het oefengebied, over Bundesstrassen, door dorpen, over heuvels en dalen, daar genoot ik van. Verkenners hadden een behoorlijke mate van vrijheid tijdens oefeningen, het meeste contact was via de radio. Je zag elkaar vaak op afstand voorbij komen en je zorgde zelf voor een goede verstopplek. Zoals slapen bij de boer met ontbijt en de ABA (veldtelefoon) op tafel, als het vroor dan met ABA in een ‘kneipe’ en schnaps warm worden, gebakken eitje erbij en je kon er weer tegen. We stonden verdekt opgesteld langs een zandpad aan een heuvel en zaten wat verveeld te kijken toen er een jongen op een zeepkist voorbij kwam zoeven in een grote stofwolk.

Dat was wat voor Truus, mijn commandant (een Tukker met veel lol in het leven) een uitdaging. Hij kreeg toestemming om ook de heuvel af te dalen met die kist, daar kwam ie aan, zwalkte van links naar rechts en sloeg met 30 km. per uur over de kop. De headset in de kreukels en zijn overall gescheurd met schaafwonden over zijn hele gezicht, lachen dus. Tussendoor gingen we ‘s avonds marsen voor de vierdaagse van Nijmegen, die we dus ook gelopen hebben. Er was ook nog wel tijd om bij Mutti Muller een Stiefel (laarsvormig drinkglas) leeg te maken.

Ondertussen info verzameld hoe ik belastingvrij een auto kon kopen en de daad bij het woord gevoegd en een Ford Cortina 1600 E aangeschaft. Dat gaf meer armslag om naar Hamburg en Bremen te knorren met de maten. Die steden waren voor mij gesneden koek omdat ik daar vaker was geweest tijdens de vaart. Ik was dus ook zo thuis tijdens verlof, goedkoop tanken bij BP met de bonnen van 19 cent per liter, het kon niet op.

Dramatisch ongeval Fons van Meelen

Tijdens een veldoefening in mei 1968 vond er een tragisch ongeval plaats met een AMX tank, waarbij een collega van het 103 Verkenningsbataljon, Fons van Meelen, om het leven kwam. Naar aanleiding van een oproep van zijn zus Beppie: “wij hebben nu nog steeds vragen over dit ongeluk” in het gastenboek (25 april 2013), kwamen al snel de eerste reacties. Zo ook van Gerard Hergaarden die schreef: “Voorzover ik weet is het gebeurd tijdens het draaien van de geschutskoepel. Door een niet goed werkende/kapotte vergrendeling van het bestuurdersluik werd deze dicht gedrukt met fatale gevolgen.” Die lezing werd later ook door een andere collega bevestigd.

AMX-13 tank, gefotografeerd in het Cavalerie museum door Alf van Beem in 2013

Ik zat er met mijn neus bovenop maar heb er praktisch niets van meegekregen. Een verharde weg door een bos met plots rechts een open stuk. De verkenners A14 en A15 waren vooruit gegaan en dan kwam de AMX en die stopte abrupt omdat er beweging was geconstateerd aan de rand van het open stuk en het kanon werd in de richting van het gevaar gedraaid met een catastrofe als gevolg. Direct achter de AMX stond ik stil met de tank als dekking en ook ik keek over het kale stuk en had niet in de gaten dat er grote consternatie was bij de tankbemanning. Direct kregen we de opdracht om in geen geval het voertuig te verlaten en zagen we diverse voertuigen bij de tank stoppen. Een half uur later kwamen we weer in beweging en reden langs de tank waar niks meer waar te nemen was en kregen via de radio te horen dat de oefening was gecanceld. Later hoorden we wat er was gebeurd en de verslagenheid was groot. Ik deed niks liever dan oefeningen draaien maar nu was de lol er van af…

Verkering

Tijdens een verlof in Nederland trof ik een leuke meid waarvan ik helemaal ondersteboven raakte. Dat was gelukkig wederzijds en er werden afspraken gemaakt. Een maand later ging ze mee naar Duitsland en moest er het een en ander geregeld worden. Ze vond werk in een jeugdherberg in Worpswede waar ze intern kon verblijven. Dat werd veel heen en weer pendelen, maar in de weekenden kon ik wel overblijven. Balen als er plots een schietserie tussendoor kwam en dan moest ik van baan 21 regelmatig een sprint trekken om achter in een YA 328 te springen die elke dag tussen de kazerne en baan 21 reed. Van de kazerne naar Worpswede met de Ford en s’ morgens op tijd weer terug. Ik had bijna geen tijd meer om verkenner te zijn maar moest toch vanwege een akkefietje bij Checkpoint Charlie in opstelling gaan liggen langs de Weser, waar ik ook al een paar keer met de C&R (M113 verkenningsvoertuig) ben overgestoken tijdens een oefening. Ik kon goed met de Duitse boeren overweg en heb ook geholpen tijdens oefening ‘IJskast’ met diverse klusjes en aan een nieuwe poort geholpen door een ‘foute’ bocht te nemen en de schadepief met de Munga er behoorlijk de pest in had.

Een beetje smoorverliefd…

Op een zeker moment voelde mijn meisje zich niet lekker en zijn we naar een dokter gegaan. “Gefeliciteerd, je bent zwanger.” Dat vereist dus een directe aanpak en wij op naar Bremen, bij een juwelier ringen gekocht en samen in een restaurant onze verloving gevierd. Er werd een datum geprikt voor de trouwerij tijdens mijn civiele cursus in Eindhoven. Mooi feest gegeven.

Toch weer terug naar Nederland

M577 commandocarrier die ook wel bekend stond als ‘bakkerskar’ (foto: Defensie)

Maar tot mijn schrik mocht ik niet meer terug naar Seedorf en werd overgeplaatst naar 11 Tank Bataljon in Oirschot waar ik chauffeur werd op de M577 van de staf. Voor mij een straf, want nu zat ik continue opgescheept met over het paard getilde malloten. Een voorbeeld: met de M577 naar Hedel om te gaan varen, voor mij gesneden koek: na het varen de pluggen en het lenswater eruit. Zitten we in de kantine en roept een huzaar dat er iemand met mijn voertuig gaat varen, een luitenant denkt het ook te kunnen en gaat met 2 wachtmeesters te water. Ik naar buiten en riep dat de pluggen eruit zijn maar hij gaat gewoon door, resultaat: na 50 meter staat ie half vol water en kan nog net op tijd de kant bereiken. Eikels…

Ik ben nog steeds met veel plezier samen met mijn geliefde, dit jaar 55 jaar. Na mijn vijf jaar Technisch Specialist ben ik door Europa gaan toeren met dank aan Defensie voor het rijbewijs, bij dat werk had ik het zo naar mijn zin dat ik na mijn pensionering op 61 jaar door ben gegaan tot mijn 72 jaar in afgeslankte vorm. Nu ga ik met de metaaldetector (alweer 42 jaar) regelmatig op pad. Vervelen is geen optie…

Bekijk hier de fotocollectie van Ed

infosymb Meer interessante dienstherinneringen en anekdotes vind je in het hoofdstuk Verhalen

naar top↑